Het wetsvoorstel dat
Dirk Van der Maelen (sp.a) indiende
ter uitvoering van de aanbeveling van de onderzoekscommissie fiscale fraude met
het oog op de versoepeling van het bankgeheim, heeft een gunstig advies
gekregen van de Raad van State. Het voorstel dat een betere inning van de
belastingen en een efficiëntere bestrijding van de fiscale fraude beoogt, biedt
volgens de Raad voldoende waarborgen inzake de eerbiediging van het privéleven
en het gezinsleven. Dirk Van der Maelen: "De Raad van State haalt de
argumentatie van diegenen het bankgeheim niet willen versoepelen helemaal
onderuit. Dit advies brengt de goedkeuring van het wetsvoorstel weer een stap
dichterbij."
De opheffing van het fiscaal bankgeheim, tot anderhalf
jaar geleden een heilig huisje in ons land, komt steeds dichterbij volgens Van
der Maelen. Hij schat de kans dat zijn voorstel binnenkort wordt goedgekeurd in
de Kamer optimistisch in: "Het voorstel volgt minutieus de aanbeveling van de
onderzoekscommissie. In principe is er dus een politieke meerderheid voor.
Bovendien ligt de versoepeling van het bankgeheim volledig in lijn met het
onder druk van de EU en OESO gewijzigde Belgische beleid inzake de internationale
uitwisseling van bankinlichtingen, en is er nu het positief advies van de Raad
van State." De sp.a'er rekent er ook op dat de positieve budgettaire impact
van het voorstel, een betere inning van de belastingen en efficiëntere
bestrijding van fraude, de parlementsleden van de regeringspartijen over de
streep kan trekken. Binnenkort staat het wetsvoorstel op de agenda van de
commissie Financiën van de Kamer.
Politieke meerderheid
In mei 2009 keurde de Kamer met grote meerderheid de
aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie fiscale fraude goed,
alleen LDD en NV-A stemden tegen. Eén van de aanbevelingen betreft de
versoepeling van het bankgeheim. Van der Maelen diende een wetsvoorstel in dat
minutieus de aanbeveling van de onderzoekscommissie volgt, "in principe is er
dus een politieke meerderheid voor mijn wetsvoorstel" zegt de sp.a-er,
"diegenen die de aanbevelingen hebben goedgekeurd en nu tegen mijn voorstel
zouden stemmen, zullen dat moeten uitleggen."
Schending privacy?
Het voornaamste, en meestal enige, argument van diegenen
die het bankgeheim verdedigen is dat de versoepeling van het bankgeheim de
privacy van de belastingplichtige zou schenden. De Raad van State heeft nu
geoordeeld dat het wetsvoorstel voldoende waarborgen bevat inzake de
eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven.
Gewijzigd Belgisch beleid inzake
internationale uitwisseling van bankinlichtingen
Onder internationale druk (België werd door de G20 op een
OESO-lijst van belastingparadijzen gezet) heeft ons land op 12 maart 2009 haar
voorbehoud betreffende artikel 26 van het OESO-modelverdrag opgeheven. Dat
artikel bepaalt dat men niet kan weigeren gevraagde inlichtingen te verstrekken
alleen omdat het inlichtingen betreft die in het bezit zijn van financiële instellingen.
Een week later heeft de minister van Financiën de meeste van de verdragstaten
aangeschreven om het dubbelbelastingverdrag met België in die zin aan te
passen. Intussen zijn meer dan 30 verdragen in die zin aangepast. Als die
landen bankinlichtingen met betrekking tot hun belastingplichtigen vragen aan
België, dan zal ons land die verstrekken. Bovendien heeft de regering ook al
aangekondigd dat België in het kader van de spaarrichtlijn overstapt van het
systeem van bronheffing naar het systeem van info-uitwisseling. België zal
automatisch de bankgegevens van alle inwoners van andere Europese landen aan de
fiscus van die landen bezorgen. Van der Maelen juicht die gewijzigde
internationale houding toe, maar vindt een zelfde interne houding dan ook niet
meer dan logisch: "we moeten niet alleen de fiscus van andere landen in staat
stellen om de belastingen beter te innen, maar ook onze eigen fiscus."
Tenslotte wijst de sp.a'er erop dat je geen
inlichtingen aan andere landen mag vragen die je volgens intern recht niet zelf
kan opvragen voor eigen gebruik. "België kan dan wel bankinlichtingen
doorspelen aan andere landen, maar kan er zelf niet om vragen zolang het
fiscaal bankgeheim niet wordt gewijzigd. België komt dan wel terecht tegemoet
aan de verzuchtingen van andere landen, maar zelf schieten we geen sikkepit op.
Het wordt tijd dat we nu Belgische belastingplichtigen die in het buitenland
fraudecircuits opzetten ook kunnen aanpakken door info die we bij die
buitenlandse banken kunnen opvragen dankzij de opheffing van het Belgisch
bankgeheim."