Op 27 september verdedigde minister van
Buitenlandse Zaken Yves Leterme voor het eerst zijn Congobeleid in het
Parlement. Dirk Van der Maelen vindt het onverantwoord dat Leterme ook in het
Congo-dossier voor de rol van grijze muis kiest.
Leterme herbevestigde zijn steun voor de
militaire operaties tegen de FDLR, de militie van Rwandese Hutu-rebellen die sinds
1994 voor geweld en instabiliteit zorgt in de regio. Volgens de minister zou de
stopzetting van de operaties contraproductief werken. Dirk Van der Maelen gaat
niet akkoord: "Je hoeft toch geen militair expert te zijn om in te zien dat een
ongedisciplineerde bende als het Congolees leger in een onherbergzaam gebied
als de Kivustreek nooit de FDLR kan verslaan? Deze guerillabeweging kent de regio
als haar broekzak, trekt zich terug in de brousse en wreekt zich achteraf op de
burgerbevolking." Volgens noodhulporganisaties gaat de ontwapening van één
FDLR-rebel gepaard met één vermoorde burger, zeven verkrachte vrouwen en 900
vluchtelingen. In totaal telt de Kivustreek al meer dan 900.000 ontheemden. Toch
sprak Leterme op 17 november van een ‘behoorlijk positieve evolutie' in
Oost-Congo. "Totaal onverantwoord", volgens Van der Maelen, "Wat moet er nog
allemaal gebeuren vooraleer onze hoofdvertegenwoordiger in het buitenland van
gedacht verandert?"
Ook rond de grondstoffenproblematiek in
Congo laat Leterme kansen schieten. Op 21 juli kwamen Belgische bedrijven
Trademet en Traxys nogmaals in opspraak voor hun activiteiten in de illegale
ontginning. Een rapport van ngo Global Witness legde dit gedetailleerd bloot. Maar
Leterme zendt de Belgische bedrijven een zwak signaal uit. "Ik had van hem iets
sterkers verwacht." Van der Maelen verwijst naar het Amerikaanse Congo Conflict Minerals Act. Deze wet verplicht Amerikaanse mijnbedrijven de exacte herkomst
van haar grondstoffen alsook alle fases van haar productieketen vrij te geven
op straffe van sancties. Op 20 september zei Leterme nog in La Dernière Heure
dat Congo één van de weinige landen is waar ons land nog werkelijk invloed
heeft en dat zijn Congobeleid mensenrechten en goed bestuur centraal stelt. "Ik
roep hem op te doen wat hij zegt. Wie gelooft hem anders nog?", aldus de
sp.a-er.
Van der Maelen stelde voor om terug via
driemaandelijkse voortgangsrapporten te werken. Tussen 1995 en 2004 stuurden
de ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking per trimester
een gezamenlijk rapport. Hierop volgden de parlementaire debatten. "Zo
optimaliseren we de parlementaire controle op het Congobeleid", aldus de
sp.a-er.