Advertisement
   Doorzoek de site
   
1: Nieuws2: Fiscaliteit3: Internationaal4: Vrede5: Parlement6: Biografie7: Contact

Privacycommissie fluit staatssecretaris Jamar terug Afdrukken E-mail
24/09/2007

sp.a - fractieleider Dirk Van der Maelen  vraagt zich af of het staatssecretaris voor fraudebestrijding Hervé Jamar wel ernst is met de strijd tegen de fraude. Jamar heeft namelijk fiscale onderzoeken naar aanleiding van de teruggave van de beurstaks laten stilleggen onder het voorwendsel dat die de privacy schenden. De privacycommissie fluit de staatssecretaris nu terug omdat het geen probleem ziet in de onderzoeken. Van der Maelen dringt erop aan de geschorste onderzoeken meteen terug aan te vatten omdat de verjaring dreigt.

Fiscus startte inkomensonderzoek na teruggave beurstaks

De taks op de beursverrichtingen die in de jaren 2002, 2003 en 2004 geheven werd, was volgens een arrest van het Hof van Justitie niet in overeenstemming met de Europese wetgeving. Iemand die voor die jaren beurstaksen had ondergaan, kon een terugbetaling vragen bij de fiscus. De fiscus kreeg maar liefst 426.000 aanvragen tot terugbetaling binnen.

Enkele maanden geleden kregen sommigen een vraag om inlichtingen in de bus met het verzoek om de fiscale administratie "voor de aanslagjaren 2005/2004/2003″ inlichtingen te verstrekken over de aanvraag tot teruggave van de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder. Dergelijke vraag is relevant. Immers, stel dat iemand een terugbetaling vraagt van € 175 aan taks op de beursverrichting, dan stemt dat bij beurstaks van 0,14 % bijvoorbeeld overeen met een aankoop van € 125.000 aan effecten. De fiscus wil weten of deze aankoop overeenstemt met het inkomensprofiel van betrokkene.

Staatssecretaris schorst onderzoek wegens probleem met privacy-wetgeving

Ondanks een uitdrukkelijke wettelijke basis voor de uitwisseling liet Staatssecretaris Jamar deze onderzoeken stopzetten omdat "de uitwisseling van gegevens tussen de diensten van de Patrimoniumdocumentatie en de lokale controlekantoren personenbelasting strijdig zou zijn met de wetgeving op de privacy". De Staatssecretaris vroeg eind juni tevens aan de Privacycommissie om zijn interpretatie van de privacywetgeving en daaruit voortvloeiende stopzetting van het onderzoek te bevestigen.

Privacycommissie ziet geen probleem

Volgens de Staatssecretaris kan het niet dat de AOIF voor het controleren van de fiscale situatie van de belastingplichtigen gegevens verkrijgt die door de AKDR werden ingezameld en deze gebruikt in het raam van zijn opdracht tot het terugbetalen van de taks op beursverrichtingen. Nog volgens de Staatssecretaris maakt de fiscus op een disproportionele wijze gebruik van haar onderzoeksbevoegdheden, niet alleen wat de gegevensuitwisseling tussen de AKDR en de AOIF betreft, maar eveneens wat betreft de vragen om inlichtingen die de AOIF heeft verstuurd. 

In een omstandig gemotiveerd advies zegt de Privacycommissie dat de fiscale controle n.a.v. het verzoek om terugbetaling beurstaks conform de privacywetgeving is en dus niet had moeten opgeschort. De Commissie stelt eerst vast dat er een expliciete wettelijke basis bestaat voor de gegevensuitwisseling, met name  artikel 336 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen ("elke inlichting, stuk, proces-verbaal of akte, in het uitoefenen van zijn functie ontdekt of bekomen door een ambtenaar van een fiscaal staatsbestuur, kan door de Staat kan worden ingeroepen voor het opsporen van elke krachtens de belastingwetten verschuldigde som"). Gelet op de aard van de verrichtingen, met name de aankoop van effecten op de beurs van een zekere omvang, meent de Commissie vervolgens "dat de betrokkenen redelijkerwijze konden voorzien dat de fiscus zou gaan verifiëren of die belangrijke geïnvesteerde bedragen geen aanwijzing waren van een hogere graad van gegoedheid dan bleek uit de aangegeven inkomsten"  .

De Commissie concludeert tenslotte dat gegevenstransfer en het beoogde gebruik voor fiscale controle, van de gegevens die ingezameld werden bij de terugbetaling van de taks op de beursverrichtingen, de voorwaarden van de privacywet naleven vanaf het ogenblik dat de AOIF deze gegevens gebruikt binnen de specifieke bevoegdheden die door de fiscale wetgeving rechtstreeks aan haar ambtenaren werden verleend.

De privacycommissie bevestigt volgens Dirk Van der Maelen in haar advies bijgevolg het principe dat gegevens ingezameld door één administratie of dienst van Financiën kunnen worden hergebruikt voor een fiscale controle door een andere administratie of dienst binnen Financiën. Weliswaar moeten de in de privacy-wetgeving vastgelegde principes (finaliteit, proportionaliteit en transparantie) worden gerespecteerd.  In het voorliggende geval acht de Commissie dat aan deze principes is voldaan.  

Is de "Staatssecretaris voor de strijd tegen de fiscale fraude" wel begaan met de strijd tegen de fiscale fraude ?

De taak van belastinginning is zeer informatie-intensief. Wat in dat verband relevant is, kan enkel in algemene termen worden omschreven. Veel belastingen worden immers geheven op basis van grondslagen die raken aan uiteenlopende, vooraf niet precies te omschrijven aspecten van het maatschappelijk en economisch leven. Zo vereist de heffing van personenbelasting dat de ambtenaar een gedetailleerd inzicht heeft in de persoonlijke situatie van de belastingplichtige. Het advies van de Commissie heeft volgens Dirk Van der Maelen daarom een hoge precedentswaarde en haar inhoud is bepalend voor de vraag of men al dan niet een efficiënte fiscus wil. Het onderzoeksrecht van de fiscale ambtenaar is van wezenlijk belang voor het voortbestaan van het economisch welzijn van ons land. Dit wordt ook als zodanig erkend in het internationaal recht. Zo staat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens inmengingen van de overheid toe voor het economische welzijn van het land   Net zoals in de andere Europese lidstaten is gebeurd, tracht de Privacycommissie het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer te verzoenen met efficiënte fiscale informatievergaring.

Dirk Van der Maelen neemt via het advies van de Privacycommissie bovendien indirect kennis van de vraagstelling door de Staatssecretaris voor de strijd tegen de fiscale fraude. Hieruit blijkt dat de Staatssecretaris, ondanks een expliciete wettelijke basis voor de gegevensuitwisseling (art. 336 WIB 92), een argumentatie heeft ontwikkeld die de onderzoeksrechten van de fiscale administratie ernstig zou reduceren:  

"De Staatssecretaris stelt zich vragen over de naleving van het finaliteitsbeginsel, voorzien bij artikel 4 van de privacywet, vermits de AOIF gegevens verkrijgt die door de AKDR werden ingezameld en deze gebruikt in het raam van zijn opdracht tot het terugbetalen van de taks op beursverrichtingen voor het controleren van de fiscale situatie van de belastingplichtigen. (...). De Staatssecretaris stelt zich eveneens vragen over de naleving van het proportionaliteitsbeginsel, niet alleen wat de gegevensuitwisseling tussen de AKDR en de AOIF betreft, maar eveneens wat betreft de vragen om inlichtingen die de AOIF van plan is te versturen aan de belastingplichtigen in toepassing van artikel 316 van het WIB."

Wie dergelijke redenering volgt, katapulteert volgens sp.a - fractieleider Dirk Van der Maelen de fiscus terug naar het begin van de jaren 1900.  Het eerder genoemde artikel werd in 1938 immers ingevoerd om te vermijden dat de fiscale administraties zouden verzuilen en niet meer met elkaar kunnen communiceren, althans niet voor fiscale controledoeleinden.

De redenering van de Staatssecretaris staat haaks op de doelstelling van een moderne werkende fiscus, die op een zo efficiënt mogelijke wijze de fiscale fraude bestrijdt.  Dirk Van der Maelen: "Door zijn opstelling heeft de Staatssecretaris voor de strijd tegen de fiscale fraude zijn geloofwaardigheid verloren. De Staatssecretaris heeft zijn eigen administratie willen tackelen en krijgt de rode kaart gepresenteerd."

Sp.a - fractieleider Dirk Van der Maelen vraagt dat het geschorste onderzoek onmiddellijk terug wordt opgestart. De tijd dringt. Indien zou blijken dat de teruggegeven beurstaksen betrekking hebben op effectentransacties met niet-aangegeven inkomsten, dan moet  dit voor het einde van 2007 worden vastgesteld, zoniet dreigt verjaring.

 

< Vorige   Volgende >


1: Nieuws / 2: Fiscaliteit / 3: Internationaal / 4: Vrede / 5: Parlement / 6: Biografie / 7: Contact